Peter
De Nederlandsche Bank wilde een deel van zijn goudvoorraad van New York naar Londen verplaatsen. Je zou denken: vrachtwagen, vliegtuig, beveiligers erbij en klaar. Maar... zo simpel bleek het niet te zijn.
DNB heeft bijna 59 ton goud in New York verkocht en met de opbrengst nieuw goud gekocht in Londen. Nog eens 27 ton werd wél fysiek vanuit de Verenigde Staten en Canada naar Zeist vervoerd. Vervolgens ging vanuit Zeist ongeveer dezelfde hoeveelheid andere goudbaren naar Londen.
Waarom die stoelendans? Omdat de goudbaren in Noord-Amerika niet allemaal voldeden aan de internationale handelsstandaard die in Londen wordt gebruikt. Ze meenemen en omsmelten was duurder en ingewikkelder dan ze ter plekke verkopen en elders nieuwe kopen.
Welkom in de wondere wereld van goud.
Nederland bezit 612 ton goud. Tot voor kort lag ongeveer 31 procent daarvan in New York, 31 procent in Zeist, 20 procent in Ottawa en 18 procent in Londen. Na de operatie is Londen met 32 procent onze belangrijkste buitenlandse opslagplaats geworden. New York en Ottawa zijn teruggebracht tot ieder 18,5 procent.
Volgens de centrale bank is de geopolitieke onrust toegenomen en moet Nederland beter voorbereid zijn op crises. Goud in Londen stallen is daarom aantrekkelijk, omdat daar de belangrijkste handelsmarkt zit. Goud in New York en Ottawa is volgens DNB “minder direct inzetbaar”.

Maar goud ligt niet in de kluis omdat DNB hoopt het volgend jaar met winst te verkopen. De centrale bank noemt het een “vertrouwensanker” dat bescherming moet bieden tegen extreme systeemrisico's. Als het financiële systeem begint te kraken, moet goud nog bruikbaar zijn. Het maakt dan kennelijk wel uit waar dat goud ligt.
Een baar in New York is niet hetzelfde als een baar in Londen. Je moet nadenken over jurisdicties, transport, beveiliging en handelsstandaarden. Wil je een paar ton verplaatsen, dan zet je geen bestelbus voor de deur van de Federal Reserve. DNB koos zelfs bewust voor twee verschillende methodes, zodat het ervaring opdoet met zowel fysiek transport als verkopen en elders terugkopen. Handig, schrijft de bank, voor het geval dat tijdens een volgende crisis één van beide routes niet beschikbaar is.
Het klinkt een beetje als een prepper die twee vluchttassen inpakt. Nederland is niet de enige die hierover nadenkt. Uit onderzoek van de World Gold Council blijkt dat centrale banken hun opslaglocaties steeds meer spreiden. De Bank of England blijft de populairste buitenlandse kluis.

Over Donald Trump wordt wijselijk niet gesproken. Maar het is moeilijk om de verhuizing helemaal los te zien van de verslechterde relatie tussen Europa en de Verenigde Staten. Frankrijk heeft zijn resterende goud in New York inmiddels eveneens verkocht en vervangen door goud in Europa. In Duitsland woedt een discussie over hetzelfde onderwerp. Allen willen meer autonomie en meer alternatieven.
Laten we de eisen van DNB aan goud eens op een rij zetten. Een reservebezit moet onafhankelijk zijn van de kredietwaardigheid van een bedrijf of staat. Het moet wereldwijd worden geaccepteerd. Het moet liquide zijn. Het moet tijdens extreme crises beschikbaar blijven. En liefst wil je niet afhankelijk zijn van één land, één infrastructuur of één tussenpersoon.
Bitcoin is zo ongeveer ontworpen als antwoord op die eisen.
Een bitcoin in New York is exact dezelfde bitcoin als een bitcoin in Londen. Er bestaat geen Amerikaanse variant die eerst moet worden omgesmolten voordat hij op een Europese markt goed verhandelbaar is. Voor het verplaatsen van 27 ton aan waarde zijn geen vrachtwagens, vliegtuigen of zwaarbewapende beveiligers nodig. En op zaterdagavond is de markt niet dicht.
Nee, dat maakt bitcoin niet automatisch op alle fronten superieur aan goud. Vanwege z’n eigenschappen ontstaan weer andere risico’s. Hoe graag ze het in Pyongyang ook zouden willen, een goudkluis kun je bijvoorbeeld niet vanuit Noord-Korea hacken.
Toch heeft DNB met zijn goudoperatie onbedoeld een mooie demonstratie gegeven van de beperkingen van fysieke schaarste. Goud heeft duizenden jaren bewezen dat het zonder uitgevende staat als monetair bezit kan functioneren. Alleen blijven er vrachtwagens, grenzen, kluizen en keurmerken nodig.
Bitcoin probeert hetzelfde te doen, maar dan zonder de vrachtwagen. Hoe onrustiger de wereld wordt, des te serieuzer centrale banken moeten nadenken over de vraag waar hun reserves liggen, wie ertussen zit en of ze er in een crisis daadwerkelijk bij kunnen. Een reservebezit zonder geografische thuisbasis klinkt dan al snel een stuk minder exotisch.
Méér Alpha
Ben je Plus-lid? Dan gaan we door met de volgende onderwerpen:
- Ook Azië kiest voor integratie
- Bitcoinmining in een hashrate-bearmarkt
- Kabinet parkeert nieuwe box 3-wet
Daaronder volgen de nieuwssnacks, een handig overzicht van het nieuws dat er afgelopen week echt toe deed.
