Bijdrage van Peter

In het Duitse Langenhagen, net boven Hannover, voltrok zich op 17 augustus 1982 een stille revolutie. Daar rolden voor het eerst op grote schaal compact discs van de band. Je weet wel, van die glimmende schijven van twaalf centimeter, met een gat in het midden ter grootte van een dubbeltje, en een regenboog die tevoorschijn kwam als je ze onder het licht hield.

Philips en Sony hadden jarenlang aan de technologie gewerkt. Voor de muziekliefhebber was de vooruitgang vooral praktisch. Ten opzichte van cassettes en platen waren cd’s robuust. Naalden en groeven waren verleden tijd. Tapes terugspoelen of platen omdraaien? Met de komst van de cd startte je met een druk op de knop naar een nieuw nummer.

In mei 1978 maakte Philips bekend dat het aan een audio disc werkte. Een jaar later presenteerde het bedrijf zijn eerste cd. Japan was volgens de Nederlanders de beste lanceermarkt. Zo kwam het tot een intensieve samenwerking met Sony.

De grootste vernieuwing zat echter verstopt achter het gebruiksgemak. Met de introductie van de cd maakte muziek de sprong van het analoge naar het digitale tijdperk. Muziek was informatie geworden. Geluidsgolven namen de vorm aan van nullen en enen, om later via stroomstootjes en trillende membranen weer als muziek je oren te bereiken.

In eerste instantie zat die informatie nog opgesloten in een stukje met aluminium overgoten plastic. Wie in de jaren tachtig een cd kocht, bezat één exemplaar. Wilde je buurman hetzelfde album hebben, dan kon je hem jouw cd uitlenen of hij moest zelf naar de winkel. In dat opzicht werkte de muziekindustrie nog precies zoals in het tijdperk van vinyl en cassettes.

Dat veranderde toen computers hun intrede deden. Miljoenen huishoudens beschikten ineens over cd-romspelers. Die konden niet alleen muziek afspelen, maar ook uitlezen en als bestand opslaan. De daarvoor benodigde opslag werd steeds goedkoper, en nieuwe compressietechnieken maakten muziekbestanden kleiner. Handig, want via het destijds opkomende internet konden die gedeeld worden.

Daarvoor verschenen steeds betere programma’s. Napster ken je misschien nog, of Kazaa en LimeWire. Ze maakten pijnlijk duidelijk wat er gebeurt als digitale informatie uit haar fysieke verpakking ontsnapt. Wie vroeger een cd aan een vriend gaf, was zijn cd kwijt. Wie een mp3 naar een vriend stuurde, had daarna het nummer zélf ook nog. En twee kopieën konden vier kopieën worden. Vier werden er vierduizend. Daarna vier miljoen. De kosten van een extra exemplaar waren vrijwel nul.

De muziekindustrie raakte ervan in paniek en heeft vervolgens jarenlang geprobeerd om bits en bytes ervan te overtuigen dat ze zich als plastic schijfjes moesten gedragen. Dat bleek lastig. Een digitaal bestand heeft nu eenmaal geen aangeboren reden om schaars te zijn. Integendeel. Kopiëren is juist op hun lijf geschreven.

Muziek werd uiteindelijk in een nieuwe business model gegoten. Spotify en zijn soortgenoten verkopen geen exemplaren meer, maar toegang tot het hele archief.

Bij geld ligt dat ingewikkelder. Stel dat ik een digitaal tientje naar jou stuur en mijn computer doet hetzelfde als bij een mp3. Jij hebt daarna tien euro en ik óók. Dat is fantastisch voor ons tweeën, maar een tamelijk beroerde innovatie voor de euro. Digitaal geld vereist daarom een boekhouder.

Het idee dat een centrale partij die functie bekleed stond Satoshi Nakamoto niet aan. Je moet er dan op vertrouwen dat die niet met het geld rommelt, je toegang ertoe ontzegt of het gebruik ervan dwarszit. In de periode voor én na zijn whitepaper zijn er voorbeelden daarvan te over. Zijn antwoord daarop? Een geldsysteem waarin dat kwetsbare vertrouwen als onderdeel wordt weggenomen. Bitcoin.

Ook in de wereld van bitcoin is veel te kopiëren. De software is open source en de complete transactiegeschiedenis staat op duizenden computers. Toch kent het netwerk een harde grens: bezit, de geldige aanspraak op de sats die erin rondgaan, kan niet worden gedupliceerd. Deze absolute digitale schaarste is een emergente eigenschap; een uniek, niet te kopiëren fenomeen dat puur ontstaat door de interactie tussen de losse onderdelen van het systeem.

Bijna de hele digitale revolutie van de afgelopen decennia draaide om het vernietigen van schaarste. Een krant hoeft niet meer van een drukpers te rollen om miljoenen mensen te bereiken. Voor een foto heb je geen rolletje en donkere kamer meer nodig. Een boek hoeft niet gebonden te worden en een liedje niet op een schijf geperst. Zodra iets volledig uit informatie bestaat, kost een extra exemplaar vrijwel niets. Dat is een van de wonderen van het internet.

Bitcoin zet binnen die wereld juist weer een hek neer. De bekende grens van 21 miljoen is daar het uithangbord van, maar op zichzelf niet zo bijzonder. Iedereen kan thuis een digitale munt maken en de uitgifte beperken tot 21 miljoen stuks. De moeilijkheid zit in het organiseren van een netwerk dat die afspraak handhaaft, terwijl niemand de baas is en deelnemers er financieel belang bij hebben om vals te spelen.

Intussen is de cd vrijwel geheel uit het straatbeeld verdwenen. In 2008 was er wereldwijd een duidelijke, acute neergang zichtbaar in de cd-verkoop. Toevallig of niet: juist in het jaar waarin de technologie die aan de wieg stond van digitale overvloed verdween, begon de technologie van digitale schaarste aan zijn bestaan.

Méér Alpha

Ben je Plus-lid? Dan gaan we door met de volgende onderwerpen:

  1. Cryptobedrijven willen toegang tot nieuwste AI-modellen
  2. Bitcoin-fork BIP-110 strandt na twee blokken
  3. Vitalik tekent ethereum-roadmap opnieuw

Daaronder volgen de nieuwssnacks, een handig overzicht van het nieuws dat er afgelopen week echt toe deed.