De capitulatie van 5 februari verliep onstuimig. In anderhalve dag daalde de koers van bitcoin met 20% en raakte op het laagste punt 60.000 dollar. Inmiddels is de rust teruggekeerd. De afgelopen twee weken kabbelde de koers zijwaarts tussen de 66.000 dollar en 71.000 dollar.
De koers slingert rond de gemiddelde aankoopkoers (vwap) sinds de bodem van de capitulatie. En de RSI schommelt rond het midden. Geen enthousiasme en geen paniek. De stemming laat zich het best omschrijven als gelaten en berustend, met een sombere ondertoon.
En misschien wel zoekend. Naar wat bitcoin eigenlijk nog is, als je alle verhalen van de vorige bullmarkt loslaat.

Bloomberg maakte afgelopen woensdag deze analyse:
The core problem is simple: the institutional thesis broke. Investors who bought Bitcoin as a hedge against inflation, currency debasement, or equity market stress have watched it fall alongside — and sometimes faster than — the risks it was supposed to offset.
De kern van de kritiek is dat bitcoin is mislukt als digitaal goud en als ster-speler in de ‘debasement trade’. En dat bitcoin aan de andere kant ook niet de ‘hot sauce’ in de portefeuille was, zoals AI-aandelen dat wel waren. En dus trekt het Amerikaanse geld weg.
Bitcoin heeft nu het slechtste van twee werelden. Geen Amerikaans geld, maar wel een sterke Amerikaanse kleur, via de familie Trump, Amerikaanse ETF’s en Amerikaanse bedrijven. En die Amerikaanse kleur schrikt beleggers van buiten de VS af.
Dat brengt ons al snel tot existentiële vragen. Wat is bitcoin eigenlijk nog wel? Wat is bitcoin aan het worden?
Dat zijn wezenlijke vragen. Bitcoin betaalt geen rente, dividend of huur zoals obligaties, aandelen en vastgoed. Er is geen vraag vanuit de industrie zoals bij grondstoffen. Bitcoin is alleen iets waard omdat er verwachting is van toekomstige vraag.
Waar komt die toekomstige vraag vandaan?
Wie wil bitcoin hebben, en waarom?
