Interstellar is voor mij geen film over aliens. Het is een film over schaal. Over afstanden die zo groot zijn dat we ze niet meer kunnen bevatten. Over tijd die zich niets aantrekt van onze intuïtie. Over het ongemakkelijke besef dat er grenzen zitten aan wat we kunnen weten, meten en begrijpen.
De film laat je voelen hoe klein we zijn. Niet op een spirituele manier, maar bijna fysiek. Als je accepteert hoe groot het universum is, wordt het idee dat we de enige soort zijn die erin bivakkeert vreemd. Bijna arrogant. Biljoenen planeten, nog meer sterren, verdeeld over nog grotere afstanden; en dan… niets? Dat vraagt minstens zoveel geloof als het tegendeel.
Toch schieten we vaak in een afkeurende lach bij woorden als UFO’s en aliens. Het voelt als pulp. Als iets voor slechte televisieprogramma’s, of een obscuur complotforum in een uithoek van het internet. “Little green men.” Een cultureel reflexje, ontstaan in de Koude Oorlog, bekend gemaakt door Hollywood, en daarna netjes weggestopt in het hokje ‘absurd’.
Dat maakt het extra opvallend als dit onderwerp ineens opduikt op plekken waar je het níet verwacht. In serieuze kranten, in plaats van op sociale media. Met uitspraken op naam van mensen met een CV dat normaal gesproken vertrouwen wekt.
Afgelopen week besteedden The Times en The Independent aandacht aan een brief van Helen McCaw, die bij de Engelse centrale bank carrière maakte als econoom en analist. Ze richtte zich tot Andrew Bailey, de huidige gouverneur, met een opmerkelijke boodschap: overheden moeten nadenken over de financiële gevolgen van een officiële Amerikaanse verklaring over buitenaardse intelligentie.

Volgens McCaw zou een officiële erkenning het wereldbeeld van veel mensen aantasten. Overheden blijken dan minder alwetend dan vaak wordt aangenomen. Zekerheden waar het systeem op rust, komen onder druk te staan. Dat effect noemt ze een ontologische schok.
Financiële markten zijn hier gevoelig voor. Ze kunnen omgaan met schokken, zolang die binnen bekende kaders vallen. Oorlogen, pandemieën en recessies zijn vervelend, maar ze passen nog binnen bestaande modellen. Wat lastig te prijzen is, is een plotselinge verschuiving in het vertrouwen zelf.
Volgens McCaw kan zo’n moment leiden tot hevige volatiliteit, bankruns en onzekerheid over waardering. De schade zit niet in de economie zelf, maar in het wegvallen van gedeelde aannames over hoe risico’s te prijzen zijn. Het probleem is dan niet dat we geen modellen meer hebben. Het probleem is dat niemand nog weet wélk model überhaupt relevant is.
Interessant is wat ze vervolgens noemt als mogelijke uitwijkroutes. Natuurlijk: goud. Staatsobligaties. De klassieke vluchtroutes. Maar ook de twijfel daarover. Wat als mensen gaan speculeren dat nieuwe technologieën de schaarste van edelmetalen ondermijnen? Wat als zelfs die zekerheden niet meer zeker voelen?
In The Times wordt bitcoin expliciet genoemd als mogelijke vluchthaven, juist in een scenario waarin mensen het vertrouwen verliezen in overheidsgeld en staatsinstituties. Als iets dat buiten het systeem staat, en daarom in beeld komt wanneer het systeem zelf ter discussie staat. McCaw:
“There might be a rush to digital currencies such as bitcoin, which may prove appealing if people question the legitimacy of government and lose trust in government-backed assets.”
The Times
Misschien is dat wel het aardige aan dit verhaal. Niet dat aliens ons financiële systeem bedreigen, maar dat bitcoin inmiddels automatisch opduikt zodra vertrouwen zelf onderwerp van gesprek wordt. Ook in scenario’s die tot voor kort vooral thuishoorden in sciencefictionfilms.
Méér Alpha
Ben je Plus-lid? Dan gaan we door met de volgende onderwerpen:
- Amerikaanse cryptowet loopt vertraging op
- Oplichting door identiteitsfraude groeit
- Oneindige kredietruimte voor Argentijnen?
