Bijdrage van Peter

Je wordt wakker, kleedt je aan, zet een kop koffie, pakt een croissantje, raapt de ochtendkrant van de deurmat, en gaat er in je favoriete stoel eens lekker voor zitten. Maar de koffie smaakt al snel wel érg bitter. Je dagblad blijkt een doemblad te zijn geworden. Een crisis hier, een probleem daar. Gezondheid, wonen, energie, klimaat, migratie, oorlogen. Het stapelt zich op. En ergens zijn we eraan gewend geraakt.

Een vraag is hoe we hierop reageren. Op landsniveau lijkt de reflex steeds dezelfde. Alles moet worden opgelost en gered. Het klimaat, de zorg, de woningmarkt, de natuur. Niemand mag buiten de boot vallen. Niemand mag erop achteruitgaan.

Het zijn mooie idealen, daar valt weinig op af te dingen. Maar ze brengen ook enorm hoge kosten met zich mee. In slechts een week tijd kwamen daar verschillende voorbeelden van langs.

Neem het gasveld in Groningen. Vrijwel alle experts pleiten voor de opbouw een strategische reserve. Toch kiest Den Haag ervoor om de deur dicht te gooien. Terwijl hier het beton wordt gestort, importeren we duur LNG uit het buitenland. Complexer, kostbaarder, en met een afhankelijkheid die we liever vermijden.

Of kijk naar onze infrastructuur. Die piept en kraakt, volgens Den Haag. Het kabinet komt miljarden tekort en wil automobilisten en bedrijven laten meebetalen. Logisch, zou je denken. Totdat je ziet dat er meer dan twintig miljard aan verkeersbelastingen binnenkomt, terwijl er minder dan acht miljard aan wordt uitgegeven.

En dan de woningmarkt. Onlangs was Jesse Klaver op televisie met een pleidooi voor meer overheidsinvloed op de woningmarkt, omdat huren van tweeduizend euro voor veel mensen onbetaalbaar zijn. Dat de overheid zelf een belangrijke rol speelt in het ontstaan van die situatie, laat hij buiten beschouwing.

Nederland is een prachtig land, met voorzieningen die tot de beste ter wereld behoren. Maar die zijn duur. Om te behouden, en al helemaal om uit te breiden. En ondertussen leggen we er steeds nieuwe ambities bovenop.

De vraag is simpel: hoe gaan we dat betalen?

Die vraag wordt zelden echt gesteld. Of er wordt omheen gepraat. Terwijl de realiteit vrij hard is, want Nederland vergrijst, de lasten nemen toe en de ruimte wordt kleiner. “Het kan wél”, luidde de verkiezingsleus van D66 eind vorig jaar. “Het kan níet” was eerlijker geweest.

Opinie | We móeten kiezen: ruimhartige open grenzen of een verzorgingsstaat
Immigratie: De combinatie van een ruimhartig beleid op migratie én een onverminderd genereuze verzorgingsstaat is niet mogelijk, volgens promovendus Ehsan Jami.

Want dat dwingt tot keuzes. Tot prioriteren. Tot het erkennen dat niet alles tegelijk kan. En dat je soms moet begeleiden in krimp, in plaats van sprookjes blijven vertellen.

Juist omdat Den Haag doet alsof alles kan, terwijl de Nederlander merkt dat het niet zo is, ontstaat er iets anders: machteloosheid. Je ziet het terug in het groeiende succes van lokale partijen. De gemeenteraadsverkiezingen hebben dat bevestigd; mensen zoeken iets dat dichter bij hun eigen werkelijkheid ligt.

En dat stemt, dwars door de zwartgallige omstandigheden heen, optimistisch.

Optimisme en wensdenken worden trouwens vaak door elkaar gehaald. Optimisme is een constructieve houding, met een verwachting dat het leven positief zal verlopen, ook al zijn er tegenslagen, belemmerende omstandigheden en beperkingen. Wensdenken is een houding waarbij de werkelijkheid wordt ingeruild voor een gewenst resultaat.

Met hun stem op lokale partijen, zetten Nederlanders zich af tegen het Haagse wensdenken. Op een slimmere manier. Door lokaal te werken, denk je kleiner, maar ook concreter. Je richt je op dingen waar je daadwerkelijk invloed op hebt. Dat idee ligt dicht bij wat Nassim Taleb “localism” noemt. Het trekt je weg bij grote, ongrijpbare systemen, en legt de focus meer op bouwen van onderaf. Voor jezelf. Je gezin. Je familie. Je straat. Je buurt.

Bitcoin past mooi in het verlengde hiervan. Niet omdat het alle wereldproblemen oplost. Maar het is een sterk voorbeeld van iets dat van onderaf is opgebouwd. Het is decentraal. Er is geen centrale leiding. Geen directie die bepaalt wat er gebeurt. Mensen organiseren zichzelf eromheen.

Het kan níet staat min of meer op bitcoins lijf geschreven. Het is bijvoorbeeld onmogelijk om de geldhoeveelheid met een druk op de knop te vergroten. Ook ongebreideld lenen wordt door het interne monetair beleid afgestraft. En dat ontwerp kan door niemand zomaar aangepast worden, crisis of niet. Het lokt daarom discipline uit, en scherpe keuzes, met langere tijdshorizonnen.

Mensen die met bitcoin aan de slag gaan, bouwen niet alleen ervaring op met volatiliteit, maar ook kennis over de werking van geld en de manier waarop de eigenschappen ervan de maatschappij beïnvloeden. Lessen die ze in Den Haag nooit geleerd hebben, of weer zijn vergeten.

Het kan níet is geen pessimistische overgave aan de realiteit. Het staat tegenover de poging om een ideologisch perfecte fantasiewereld te bouwen. Een houding waarmee systemen en levens gebouwd worden die tegen een stootje kunnen. Daar kunnen de Haagse kopstukken nog wat van leren. Maar belangrijker: de meeste bitcoiners zijn daar voor zichzelf al mee begonnen.

Méér Alpha

Ben je Plus-lid? Dan gaan we door met de volgende onderwerpen:

  1. Amerikaanse toezichthouders definiëren ‘crypto’
  2. Hyperliquid: markten die nooit meer sluiten
  3. AI-agents kunnen nu betalen